Cor Rusman (1907-1970)

De Haarlemse metselaar Cor Rusman werd in 1927 lid van de communistische partij. Hij kwam uit een groot katholiek arbeidersgezin. De armoede en rotheid van de kapitalistische maatschappij bewogen hem ertoe te strijden voor lotsverbetering voor de arbeiders en voor het socialisme. Cor was bestuurslid van de Haarlemse afdeling van de NVV-bouwvakarbeidersbond en genoot een groot vertrouwen onder zijn medearbeiders.

Cor behoorde tijdens de oorlog tot de kern van de Haarlemse RVV-groep, die onder leiding stond van Frans van der Wiel. Ook Hannie Schaft en de zussen Truus en Freddie Oversteegen behoorden tot de groep.

Cor Rusman met dochter in de Haarlemmerhout, 1946. Met dank aan Loes van der Putten-Rusman voor de foto.

“Een ‘recht voor z’n raap’-bouwvakker”, omschrijft Truus hem in haar boek. Cor was erbij toen Hannie als ‘proeve van bekwaamheid en betrouwbaarheid’ met een onklaar gemaakt pistool een zogenaamde SD’er – in werkelijkheid Frans van der Wiel – moest neerschieten. Hannie slaagde voor de test. “Het is zo’n tenger dametje, zo deftig ook” zei hij later over haar tegen Truus.

“Weet je wie een fijne man was in het Haarlemse verzet?” vertelde Freddie in een interview. “Cor Rusman. Hij is nu dood. Dat was een bouwvakker, zo’n stoere, een fijne markante kop, iets om te schilderen. Die zat in onze verzetsgroep. Die ging ook met ons mee naar Overveen, naar die eerste aanslag. “Meissies,” zij hij dan, “daar moeten we even doorheen bijten.” Ik kende Rusman wel, hij en zijn broer waren voor de oorlog begon al wel bij ons thuis geweest. Mijn moeder was toch ook lid van de communistische partij. Hij was zo’n soort man, dat áls je bang was, je achter hem zou gaan staan. Rusman gaf geen leiding, hij gaf je steun. Iedere dag werd je bedreigd, iedere dag kon je eraan gaan, je moest altijd op je qui vive zijn. Wat wij moeilijk konden verwerken was als er een van ons was opgepakt en later werd doorgeschoten. Daar kon ik vreselijk van in de war zijn”

Nadat Henk de Ronde door de Duitsers was gegrepen en vermoord, ontfermde Cor zich over het verdriet van zijn kameraden. Truus: “Cor, onze goeie Cor, pakte ons bij de schouder en omhelsde ons als een vader. ‘We zullen die fascistenhonden wel leren. Wat jullie, meiden?’ Hij liet een paar harde vloeken vallen en gek genoeg luchtte het ons op. Zelf dacht ik dat op de bouw zijn taal nog wel gekruider zou zijn geweest.”

Na de oorlog

Na de oorlog diende Cor nog twee jaar als sergeant bij het Korps Gezagstroepen. Als enige onderofficier ging hij in 1946 voor in de rouwstoet die Hannie Schaft ten grave droeg. Zonder één keer te missen vervulde hij 14 jaar lang op 4 mei zijn plicht als erewacht op de erebegraafplaats.

Na zijn overlijden in 1970 schreef Truus in een brief aan de familie: “Cor, die grote sterke kameraad, de vloekende bouwvakker, maar verdomd eerlijke makker, is er niet meer. Cor, die voor ons meisjes in het verzet een steun was. Geen rot praatjes of klef gedoe, maar gewoon een communist. Die Cor, die moest ketteren omdat hij zo bang was dat we zouden zien wie hij werkelijk was, gewoon een beste jongen die in wezen toch een goedmoedig karakter had.
Cor zal in onze herinnering blijven om zijn trouw aan zijn ideaal en met een glimlach zullen we zijn originele gekanker tegen de moffen herinneren die voor ons als muziek klonk, een opkikkertje in een tijd dat ons land slechts tranen, honger en angst kende.”

Bronnen:

  • “Cor Rusman overleden”, De Waarheid, 28 mei 1970, pag. 3
  • Interview met Freddie Dekker-Oversteegen, Vrij Nederland, 19 september 1981, pag. 5-6
  • Truus Menger, Toen niet, nu niet, nooit weer
  • Ton Kors, Hannie Schaft. Het levensverhaal van een vrouw in verzet tegen de nazi’s

Met dank aan de familie Rusman.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *