WIE WAS JAN BONEKAMP?

één van de
moedigste en onverzettelijkste in de strijd tegen racisme en fascisme

Al vanaf het begin van de Duitse bezetting, mei 1940, ging de IJmuidense hoogovenarbeider en communist Jan Bonekamp in verzet. Hij verspreidde illegale kranten en pamfletten (‘De Waarheid’) en haalde geld op voor het solidariteitsfonds voor onderduikers en het illegale werk.

“Jan Bonekamp heeft een belangrijke rol gespeeld”, liet verzetscommandant en hoogovenarbeider Jan Brasser optekenen. “Hij was een brutale kerel als er lectuur verspreid moest worden of geld opgehaald voor het Sol-fonds; en zeer gekant tegen de nazi’s. Hij had veel relaties op het bedrijf.”

Tijdens de Februaristaking 1941 en de April-meistakingen van 1943 wekte hij zijn collega’s bij de Hoogovens op tot staken. Daarvoor werd hij in mei 1943 opgepakt, maar bij vergissing weer vrijgelaten.

“Omdat de Mekog nogal zwak was bij de Februaristaking van ’41, heeft hij op een kist staande bij de fabrieken van Mekog de mensen om zich heen verzameld. Een redenaar was hij niet, maar hij heeft zodanig gesproken dat hij succes had. Veel Mekogarbeiders gingen mee de poort uit.”

Als gevolg daarvan dook Bonekamp onder en ging op in het gewapend verzet. Hij voerde tal van acties uit. Onder meer met Jan Brasser en met de Haarlemse rechtenstudente en communiste Hannie Schaft. ‘Het meisje met het rode haar’. Samen saboteerden zij spoorwegen en fabrieken, pleegden overvallen op gemeentekantoren, bevrijdde gevangenen, en verrichtte aanslagen op verraders en collaborateurs.

Op 21 juni 1944 raakte Jan Bonekamp in Zaandam dodelijk gewond tijdens een vuurgevecht met een handlanger van de vijand. Samen met Hannie Schaft voerde hij een aanslag uit op de foute politieman Willem Ragut. Jan Bonekamp stierf, dertig jaar oud, in handen van de Duitsers.

Brasser: “Jan Bonekamp heeft zich enorm geweerd in het verzet. Heerlijk als zo’n jongen meedeed. Je wist dat je tot in de dood op ‘m aankon. Een prachtkameraad en toen ik het hoorde…”

Wat anderen over hem schreven

“Zijn verantwoordelijkheidsgevoel is goed, hij kan flink wat verantwoording aan. Zijn vermogen voor eenvoudige organisatie is matig. Het is een lastige man in de samenwerking; hij is koppig en eigenzinnig; hij is wat eenzelvig en hij heeft weinig zin voor humor. Hij is in den grond stevig en pittig; bij het leiding geven is hij ook stevig, maar ongemakkelijk. Hij is echter, misschien tijdelijk, nog al ontmoedigd en teleurgesteld. Onder moeilijke omstandigheden kan het gebeuren, dat hem de controle ontsnapt. Hij ziet niet op tegen het dragen van verantwoording; hij is echter niet gewend veel rekening te houden met anderen.
Hij is als chauffeur wel geschikt.”

Personeelsdossier Hoogovens
1941

“De dood van Bonekamp heeft mij erg geschokt, maar je kon er niet lang bij stil blijven staan, daar was gewoon geen tijd voor, er was nog zoveel te doen. Het is heel wat keren gebeurd dat ik en Jan Bonekamp met anderen samen in aktie waren (…) Hij was een enorme verzetsstrijder, eentje van het harde en betrouwbare soort waar ik erg graag mee heb samengewerkt.”

Jan Brasser
1908-1991

“Een kleine, stevige arbeider met een leuke, wat brutale kop. Bruin krulhaar, een onverzettelijke kin en een paar harde knuisten. Ik herinnerde me z’n nogal stevige handdruk bijzonder goed. Ik kon twee dagen niet op de gitaar spelen… Hij was voor alle commandanten uit de Zaanstreek en Kennemerland een lastige knaap. Bijzonder eigengereid, maar ook erg moedig.”

Truus Menger-Oversteegen
1923-2016

“Denk niets lafs van mijn vriend, hij heeft zich prachtig gedragen. Het was te wensen, dat er meer van zulke mensen waren en overbleven. Hij was één van de fijnste kerels, die ik ooit heb ontmoet. Onthou dit, het is heel belangrijk. Philine, tot spoedig ziens.”

Hannie Schaft
1920-1945

‘Je noemde iemand goed, die zijn afkeer van het fascisme liet blijken’

In de loop van de eerste oorlogsjaren werd Jan Bonekamp steeds meer in het verzetswerk betrokken. Aanvankelijk was hij actief met het verspreiden van illegale kranten en pamfletten en het ophalen van geld voor het solidariteitsfonds. Jan Bonekamp bewees ‘een goeie’ te zijn en werd door de IJmuidense glazenwasser Jan van der Zwaag, de partij-instructeur voor de regio, voorgesteld aan de sabotagegroep van de CPN op en rond het Hoogovenbedrijf.

De Uitgeester staalarbeider Jan Brasser was daarvan één van de leiders. “Wij hadden in die dagen op de Hoogovens al een kern ‘goeie mensen’, je noemde iemand goed, die zijn afkeer van het fascisme liet blijken.”

“Je bestudeerde mensen, vooral in het begin. Dat moet je nu natuurlijk ook doen, mensen bestuderen, maar toen was het een levenskwestie. Het begon meestal met de vraag: wil je een illegale krant van me lezen? En aangezien we toen nagenoeg de enigen met een krant waren – vooral op de Hoogovens hadden we het monopolie van de illegale pers – was dat een goed begin. De mensen haakten ernaar om andere woorden dan de Nazi-propaganda te lezen – al was het ook maar een kleine krant, waarin tot verzet werd opgeroepen.”

Exemplaar van de communistische verzetskrant ‘De Vonk’, de naam waaronder De Waarheid ook in Kennemerland en omstreken werd verspreid.

Jan Brasser met zijn vrouw, Jo Leeuwerink, die hij leerde kennen tijdens de oorlog. Haar winkel in Zaandam was een ontmoetingsplek voor het verzet, waaronder Jan Bonekamp en Hannie Schaft.

‘Het verzet werd gedragen door het volk’

“Het verzet werd gedragen door het volk”, zo vertelde Jan Brasser. “Dat klinkt misschien als een mooie volzin, maar het is de werkelijkheid. Er waren tienduizenden mensen, die naamloos meededen. Door de Duitsers was verschillende malen duidelijk gesteld, dat een ieder, die ‘terroristen’, zo werden we genoemd, verborg of onderdak verleende, met de strengste straffen, met de doodstraf kon worden bestraft.

“Maar desondanks is het zelden gebeurd, dat mensen mij de deur wezen. Ik heb in zoveel huizen geslapen, ik heb zo vaak onderdak gekregen. De mensen vroegen niet, wat ben je en wat doe je. Ze begrepen, dat je in het illegale werk zat en dat je daarbij geholpen moest worden. Ze kenden je. En ik kwam niet alleen bij partijgenoten. Ik heb wel geslapen bij een ouwe pastoor in Oudorp en bij een boer, wiens zoon dispensatie had gehad van het seminarie, waar ie voor priester studeerde, om aan het verzet deel te nemen.

“Onze communistische partij was al vanaf de jaren voor de oorlog opgetreden voor eenheid van actie tegen het fascisme. De CPN is een partij met grote ervaring en een groot uithoudingsvermogen, zij heeft geleerd haar strijd te voeren onder vreedzame omstandigheden en in oorlogstijd. Je kan zeggen, ze heeft geleerd op te treden onder alle omstandigheden, waaronder de meest moeilijke, zoals tijdens de bezetting is gebleken.”

HERINNERINGEN & OVERDENKINGEN

Arbeidersverzet tijdens de Duitse bezetting

In zijn ‘herinneringen en overdenkingen’ gaat Hugo van Langen (1923) in op de achtergronden en oorzaken van de Tweede Wereldoorlog en het fascisme. Hugo maakte deel uit van het communistisch verzet in Rotterdam en Haarlem. Door zijn teksten loopt een rode draad van erkenning voor de rol van arbeiders in het verzet.

Het boekje is in eigen beheer uitgegeven en telt 80 pagina’s. Het kost 8 euro (excl. verzendkosten).