Het oorlogsmonument Hoogovens

In januari 1939 treed Jan Bonekamp in dienst bij Hoogovens staalfabrieken in IJmuiden. Hij vond werk als losarbeider en chauffeur en was lid van de Centrale Bond van Transportarbeiders. Al kort na de Duitse inval is Jan actief in het verzet op en rond Hoogovens. Hij verspreidt illegale kranten en pamfletten en haalt geld op voor het solidariteitsfonds voor onderduikers en het illegale werk.

“Jan Bonekamp heeft een belangrijke rol gespeeld”, liet verzetsman en hoogovenarbeider Jan Brasser optekenen. “Hij was een brutale kerel als er lectuur verspreid moest worden of geld opgehaald voor het Sol-fonds; en zeer gekant tegen de nazi’s. Hij had veel relaties op het bedrijf.”

Tijdens de Februaristaking 1941 en de April-meistaking 1943 roept Jan Bonekamp zijn collega’s op tot staken. “Omdat de Mekog nogal zwak was bij de Februaristaking van ’41, heeft hij op een kist staande bij de fabrieken van Mekog de mensen om zich heen verzameld. Een redenaar was hij niet, maar hij heeft zodanig gesproken dat hij succes had. Veel Mekogarbeiders gingen mee de poort uit.”

Bij Hoogovens komen na enige uren leden van de Sicherheitsdienst binnenstormen om lijsten van stakers op te eisen. In de loop van de dag haalt de Duitse politie, geassisteerd door de Nederlandse, tientallen personen van huis. “Jan Bonekamp was daar ook bij en ik geloof ook directeur Spies. Stuk voor stuk moest men aan een tafeltje komen. Toen Jan Bonekamp aan de beurt was, vroegen ze: ‘Hebt u een rijbewijs?’ Jan, die dat wel had en een heel goed chauffeur was, dacht dat hij een gedeelte van de opgepakte mensen naar Amsterdam moest brengen. Hij zei dan ook prompt: ‘Nee, ik heb geen rijbewijs.’ Jan is meen ik op dat gezegde meteen vrijgekomen.”

Toen de Duitsers hun fout doorhadden was Jan al ondergedoken. “Ze zijn nog behoorlijk achter Jan Bonekamp aan geweest. Hij lag onder de vloer toen ze bij hem thuis kwamen. Zijn vrouw voerde het woord en ze zijn weer weggegaan zonder onder de vloer te kijken. Hij heeft nog even in Brabant gezeten, maar daar kwam hij snel van terug. ‘Geen verzetsstemming,’ zei hij. Hij is ook ondergedoken en ik heb contact met hem gekregen.”

Als vergelding voor de April-meistaking werden drie Hoogovenarbeiders doodgeschoten: de pijpmonteur Theo Hendrikse (36 jaar), de walser Nico van Nieuwkoop (30) en de apparaatwachter Jacob Wijker (50). Ook twee arbeiders van papierfabriek Van Gelder en de stationschef van IJmuiden werden gefusilleerd.

Op 5 mei 1948 werd aan de Wenkebachstraat het oorlogsmonument Hoogovens–Mekog–Cemij onthuld, ter nagedachtenis aan de 69 in de oorlog gesneuvelde arbeiders bij de drie bedrijven.

Monument ter nagedachtenis van 69 tijdens de Tweede Wereldoorlog gevallen personeelsleden van Hoogovens, Mekog en Cemij, ontworpen door architect J.B. Kloos uit Haarlem, op de hoek van de Wenckebachstraat en de Staalhavenweg, onthuld op 5 mei 1948, door: Korpershoek, Piet, Noord-Hollands Archief / Gemeente Velsen, KNA001015915, KNA001015917, KNA001015918 en KNA001015919.