Jan Heusdens (1921-2009)

Jan Heusdens

Jan Heusdens groeide op in Rotterdam. Al op 17-jarige leeftijd, in 1938, werd hij lid van de CPN en van de Nederlandse Jeugdfederatie (NJF), zoals de Communistische Jeugdbond (CJB) in dat jaar was gaan heten. In de zomermaanden van 1940 organiseert het NJF weekendkampen in Noordwijkerhout, waar hij ook de Haarlemse NJF-leden Truus en Freddie Oversteegen leert kennen.

Rotterdam

In augustus-september 1940 werd Jan lid van zijn eerste ‘vijfmansgroep’ in de illegale partij. De groep verzorgde illegaal drukwerk, dat door Jan werd vervaardigd op een ‘hectograaf’. Voor 1 mei 1941, de dag van de arbeid, maakt de groep een slinger van vellen rood papier, vastgeplakt aan een touw met een steen eraan geknoopt. Die werd op de avond voor 1 mei in een boom geslingerd aan de Kruisstraat.

Eind 1941 kreeg Jan de opdracht een nieuwe jeugdgroep te vormen. Hun voornaamste taak was scholing en het uitgeven van een jeugdkrant, De Rode Sirene. Zijn verbindingsman was de uit Zaandam afkomstige Dirk de Korte, schuilnaam ‘Kees’. Vanwege het grote aantal arrestaties werden afspraken voor besprekingen niet meer thuis gemaakt, maar op straat. Kees was zelf na een poging hem in juni 1941 te arresteren uit Zaandam gevlucht en ondergedoken.

Begin maart 1941 had Jan een afspraak met Kees vlakbij het pand waar Jan werkte. Toen Jan op de fiets terugkwam van een boodschap voor zijn baas zag hij Kees staan, maar ook een auto waaruit enkele mannen stapte die zijn werk binnengingen. Kees gaf geen blik van herkenning en Jan, die onraad rook, fietste een straat verder waar Kees naar hem toe kwam. Hun conclusie was: Jan moet onderduiken.

Verbindingsman Dirk de Korte (‘Kees’) werd op 21 maart 1942 gearresteerd en vermoord op 24 april

Jan Heusdens: “Het was een kwestie van één minuut. Je ziet ze komen en je moet pleitte. Het was allemaal op het kantje af. Je was zo arm als een luis en dan moet je ineens weg. Een verbindingsman, met wie ik toevallig een afspraak had, gaf me een tientje en bracht me naar het station. Veertien dagen zat ik in Den Haag, toen ben ik naar Haarlem gegaan, waar ik contacten had.”

Op verzoek van Kees brengt Jan nog een bezoek aan de vrouw van een ondergedoken kameraad, om inlichtingen te krijgen over de Duitse huiszoekingen en verhoren. Jan was nog maar kort in Haarlem toen hij hoorde dat zijn Rotterdamse verbindingsman in de val was gelopen en na marteling was overleden.

Haarlem

Vanaf augustus 1942 maakt Jan deel uit van de Haarlemse MIL-groep onder leiding van Frans van der Wiel. Op 10 februari 1943 schiet Jan in de Sterreboschstraat in Haarlem de WA-er Hendrik Bannink dood. Bannink keerde terug van de crematie van de geliquideerde Nederlandse generaal b.d. H.A. Seyffardt, die met de Duitse bezetter collaboreerde.

Jan was ook betrokken bij de aanslagen op SD-ers Smit en Fake Krist. Daarnaast pleegde hij brandstichting op het arbeidsbureau, het Ufa-theater en spoorwegsabotage. Ook verrichte hij spionagewerk, zoals het in kaart brengen van Duitse verdedigingswerken en troepenopstellingen.

Met een handgranaat pleegt hij een aanslag op de Haarlemse NSB-burgemeester S.L.A. Plekker (in de volksmond ‘Slaap Lekker’ genaamd). De aanslag mislukt omdat de handgranaat niet ontploft.

Begrafenisstoet van WA-er Bannink, Jansweg hoek Stationsplein

Hannie Schaft

Jan was aanvankelijk erg terughoudend over Hannie Schaft. Een mening die ook door anderen in de groep werd gedeeld. Samen met Frans van der Wiel ontmoet hij haar voor de eerste keer vlakbij een kerk aan de Kloppersingel. Frans voerde het woord met Hannie en Jan hield ondertussen de omgeving in de gaten.

Jan Heusdens: “Ik zag ‘r in maart 1943 bij een kerk. Daar was de eerste ontmoeting. Ik dacht, op een afstandje, die loopt maar een blauwe maandag mee. Ze deed vreselijk burgerlijk. Zo’n juffertje dat dat denkt ook een bijdrage te kunnen leveren. Zij kwam van de universiteit en wij waren maar gewone arbeiderskinderen.”

Samen met Hannie, Truus en Freddie kregen de jonge Haarlemse communisten ook politieke scholing van Cees de Rover.

Dolle Dinsdag

Op Dolle Dinsdag, 5 september 1944, besloot de Haarlemse RVV hard toe te slaan tegen het foute deel van het Haarlemse politiekorps. Gelijktijdig zou de groep op 4 foute politiemannen een aanslag plegen.

Jan gaat met Truus Menger op stap om de collaborateur Smit zijn verradersloon te geven. Om niet op te vallen speelden ze de rol van verliefd stelletje. Ze wachten hem ’s ochtends op bij zijn woning. Toen Smit goed en wel op de fiets was gestapt en op weg was, fietsten Jan en Truus hand in hand achter hem aan. Toen ze hem genaderd waren trokken beide hun pistool en schoten op Smit, die van zijn fiets viel en op de voorbijgefietste Jan en Truus terugschoot. Jan werd in zijn been geraakt.

Ze keerden om en Jan diende de gewonde Smit een laatste kogel toe. Het tumult had omstanders aangetrokken en Jan lost een waarschuwingsschot in de lucht om ze op afstand te houden. Zo hard als ze konden zijn ze weggefietst, waarbij Truus de gewonde Jan vooruit duwde. Ze bracht bem bij goede vrienden, die een bevriende dokter waarschuwden.

Ook Hannie raakte die dag gewond, maar een week later waren beide weer op de been. Samen moesten ze iemand in de gaten houden.

Bevrijding

Met de bevrijding in mei 1945 komt voor Jan een eind aan vijf jaar onafgebroken illegaal werk. “Na de oorlog was ik doodmoe. Ik moest voor een half jaar naar een herstellingsoord. Ik heb er nog zo vaak van gedroomd.” Zijn commandant Frans van der Wiel tekende kort na de bevrijding over hem op: “Was één van de flinkste, moedigste en meest disciplinaire werkers. Zijn trouw en eerlijkheid zijn mij opgevallen. Is communist.”

Jan werd na de oorlog onder meer actief in Verenigd Verzet 1940-1945, een organisatie van vooral communistische oud-verzetsmensen. Jan was bestuurslid van de afdeling Groningen en uitgesproken actief voor vrede, tegen oorlog en tegen herlevend fascisme

Jan verwelkomde de documentaire over Hannie Schaft uit 1980, maar liet zich kritisch uit over wat er over het communistisch verzet (niet) gezegd en geschreven werd. “Hier in Groningen is het gepresteerd een brochure te schrijven over de bevrijding zonder dat er in staat van wie we bevrijd zijn. Ik laat het er niet bij zitten…”

Een ontmoeting op straat met historicus Ruud Weijdeveld in 1980 legde de eerste steen voor een onderzoek en publicatie over het communistisch verzet in Groningen:

“Groningen, 1980. Ruud Weijdeveld, 30 jaar en zojuist afgestudeerd historicus, loopt Jan Heusdens tegen het lijf. Heusdens, oud-verzetsman uit de kring rond Hannie Schaft, kent Weijdeveld uit het activistische Groningse studentenmilieu en weet dat hij al sinds begin jaren ‘7O lid is van de CPN. Hij heeft een verzoek. In Groningen wordt een tentoonstelling voorbereid over het Duitse verzet tegen het naziregime. Daarin wordt volledig voorbijgegaan aan de rol die de communisten hierin al sinds 1933 speelden. Weijdeveld besluit een onderzoeksgroep te formeren om het aandeel van de CPN in de stad en provincie Groningen bij dat verzet in kaart te brengen. Bij gebrek aan geschreven bronnen worden lange interviews gemaakt met tientallen communisten die in die vooroorlogse periode betrokken waren bij dit antifascistische verzet. Het resulteert in het door Weijdeveld samengestelde boek Rode Hulp – De opvang van Duitse vluchtelingen in Groningerland 1933-1940 dat in 1986 verschijnt.”

Op 5 maart 2014 werd in de Groningse Aa-kerk het tweedelig werk ‘Het communistische verzet in Groningen 1940-1945‘ van Ruud Weijdeveld gepresenteerd.

Jan Heusdens overleed in 2009.

Bronnen:

Johan Adam (Jan) Heusdens
Geboren: Rotterdam, 19 maart 1921.
Overleden: Groningen, 26 februari 2009.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *