Cees de Rover (1896–1974)

Cees de Rover

Cees de Rover groeide op in een Rotterdamse arbeidersbuurt. Al op jonge leeftijd werd hij lid van de sociaaldemocratische SDAP. In de jaren dertig trad hij toe tot de communistische partij, “waaraan hij door zijn systematisch vergaarde kennis, zijn onverstoorbaarheid ook in moeilijke tijden, zijn uithoudingsvermogen en toewijding, grote diensten heeft bewezen.”

Tijdens de Februaristaking 1941 in Haarlem fietsten Cees en zijn vrouw heel wat af. Cees was tijdens de oorlog een mentor en vraagbaak voor de jonge Haarlemse communisten, ook in de verzetsgroep RVV. Hij gaf scholing in de beginselen van het communisme en voerde met hen veel discussies. Ook met Hannie Schaft. 

Truus Menger: “Hannie had ook een grote maatschappelijke belangstelling. Ze heeft in het verzet de stap naar de Communistische Partij gedaan. Een oudere kameraad, Cees de Rover, gaf ons in die periode politieke scholing en als we na de bijeenkomst op onze kamer waren teruggekeerd, ontsponnen zich hele gesprekken over de oorzaken van de oorlog en hoe de maatschappij na de oorlog ingericht zou moeten worden.”

Arrestatie

Cees de Rover werd op 2 februari 1943 opgepakt. Als vergelding voor de aanslag op een Duitse onderofficier in Haarlem, op 30 januari 1943, werd door de SD samen met de Nederlandse politie een lijst opgesteld van communistische en anti-Duitsgezinde Haarlemmers. 109 van hen werden opgepakt, terwijl er nog eens 36 personen niet thuis waren.

Van de opgepakte Haarlemmers werden er 102 als gijzelaars doorgestuurd naar kamp Vught, waaronder Cees de Rover. De andere 7 werden, samen met 3 communisten uit Velsen, op 2 februari in de duinen gefusilleerd. Omstreeks mei 1943 werd Cees samen met de meeste gijzelaars weer vrijgelaten.

Begin 1945 geeft Cees aan Hannie, Truus en Freddie de opdracht de banden met de Velsense illegaliteit te doorbreken. Onder de Velsense verzetsgroepen bevonden zich anticommunistische politieagenten, die schipperden tussen collaboratie en verzet. Na de oorlog groeide dit uit tot wat de Velser Affaire is gaan heten.

Na de oorlog

Na de oorlog was Cees jarenlang lid van het districtsbestuur van de CPN in Kennemerland.  Vanaf 1948 werkte hij op de redactie van De Waarheid, waar hij de rubriek over sociale vraagstukken verzorgde: ‘Uw Probleem – Ons Advies’.

“Voor duizenden is hij een gids geworden in de bureacratische doolhof en heeft hij praktische resultaten behaald door in de bres te springen voor de rechten van de gewone mensen, door gevallen – waarvan het aantal niet te besommen is – tot op de bodem uit te zoeken, door op vragen antwoord te geven waarop iedereen bouwen en vertrouwen kon.”

In Haarlem stelde hij zich ook jarenlang in dienst van het adviesbureau voor de gewone mensen en ter ondersteuning van de communistische raadsfractie. Zijn kennis stelde hij ook in boekvorm beschikbaar, in het ‘Handboek’ en ‘Uw Probleem – Ons Advies’.

In ruime mate heeft de arbeidersbeweging kunnen profiteren van zijn werk als adviseur van mensen die hun recht zoeken, dat hij grondig verrichtte omdat het onderdeel is van de strijd die de communistische partij voert.”

Cees de Rover overleed op 5 september 1974. Hij werd in kleine kring gecremeerd, in aanwezigheid van familie, een aantal naaste strijdmakkers en vertegenwoordigers van partij en krant, “in overeenstemming met de afwezigheid van ophef en vertoon die ook De Rovers tientallen jaren nooit aflatende werkzaamheid kenmerkte.”

Hugo van Langen (links) in gesprek met Cees de Rover, op het Waarheidfestival, ongedateerd.

Bronnen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *