Aat Kater (1906‐1948)

De Beverwijker Aat Kater was lid van de CPN. In 1937 meldt hij zich als vrijwilliger voor de antifascistische strijd in Spanje. De reis ernaartoe verliep dramatisch. Hij maakte de oversteek van Marseille naar Barcelona met het schip ‘Ciudad de Barcelona’ dat op 30 mei 1937 getorpedeerd werd op zo’n 300 meter van de kust. De Beverwijker Theunis Veenstra kwam daarbij om het leven, Aat wist zwemmend de kust te bereiken.

Twee mannen uit Beverwijk, Tromp en De Groot, zeggen Aat in Spanje ontmoet te hebben: “Die was ook aan het front geweest en had een schampschot in zijn buik gehad. Volgens zijn zeggen ging hij weer naar het front.” In een niet gedateerde beoordelingslijst in het archief van de Internationale Brigaden wordt Aat een uitstekende kameraad genoemd met maar een kleine aantekening: hij houdt wel van een slokje.

Beoordeling van Aat Kater geschreven door Gustav Szinda.

De Duitse Spanjestrijder Gustav Szinda schreef in 1940 in Moskou een lovende beoordeling over Aat Kater: “Kwam in mei 1937 naar Spanje bij de 11e Brigade, Speciale Compagnie. Was een uitstekend, moedig en betrouwbaar soldaat, was 16 maanden onafgebroken aan het front. Tijdens het Brunete-offensief in juli 1937 raakte hij licht gewond door een schot in de maag, ging niet naar het ziekenhuis maar bleef aan het front en vocht verder. Was een zeer betrouwbare kameraad, die voorbeeldig was voor alle kameraden, in militair en moreel opzicht. Hoewel hij sedert 1935 lid was van de CP Holland, was hij politiek zeer primitief en het was zeer moeilijk hem bij het partijwerk te betrekken, hij was zeer koppig en toonde geen belangstelling. Hij was zeer actief in het maatschappelijk werk. Hij was echter een zeer moedig en gedurfd soldaat, had een hoog strijdmoraal, was gedisciplineerd en toonde zich een zeer goede en betrouwbare kameraad in de strijd en werd in 1938 overgeschreven naar de Communistische Partij van Spanje.”

In de slag om de Ebro in de zomer van 1938 moet hij zich buitengewoon dapper hebben gedragen: hij is daarna voorgedragen voor het nooit verschenen ‘Heldenboek’ van de 11de brigade. 

Aat is op 5 december 1938 teruggekeerd in Nederland. Vanwege zijn Spaanse dienst werd hem het Nederlands staatsburgerschap ontnomen. Hij kreeg het pas in 1947 terug. Of Aat aan het verzet heeft deelgenomen is niet bekend. Wel dat hij is ondergedoken.

Verraad en arrestatie

Aat werd door de Beverwijkse collaborateur Jan van Soelen uitgeleverd aan de Duitsers. Van Soelen hield er wel zeer valse methodes op na om illegale werkers en onderduikers op te sporen en te verraden. Hij deed zichzelf voor als illegaal werker en collecteerde voor het verzet. Het ingezamelde geld hield hij zelf en de op deze wijze verkregen inlichtingen gaf hij door aan de SD, tegen betaling.

Van Soelen komt in contact met Aat, die ondergedoken zit en naar het oosten wil uitwijken. Van Soelen zegt toe hem te helpen en neemt hem mee naar Deventer, waar ze in de stationsrestauratie koffie drinken. Dan duikt de door Van Soelen getipte Sicherheitsdienst op en nemen Aat mee.

Het verraderswerk van Van Soelen gaat niet onopgemerkt. Een Beverwijkse verzetsgroep vraagt Jan Bonekamp om Van Soelen uit de weg te ruimen. Ook Jan Brasser weet er vanaf. Op 7 maart 1944 schiet Jan Bonekamp op de hoek van de Groenelaan en de Zeeweg Van Soelen neer. Hij wordt zwaargewond bij dr. Büller gebracht en vervolgens naar het Rode Kruisziekenhuis, maar de verrader is niet meer te redden.

Aat kwam op 7 januari 1944 aan in kamp Vught en kreeg Häftlingsnummer 8623 . Op 24 mei 1944 werd hij op transport gesteld naar het Duitse kamp Dachau, waar hij twee dagen later aankomt. Hij werd geregistreerd als ‘Schutzhäftling’ (politiek gevangene) met nummer 68996 en zijn persoonlijke bezittingen werden genoteerd. Op 29 april 1945 werd hij bevrijd.

Overlijden

Aat heeft niet lang van zijn herwonnen vrijheid kunnen genieten. Na een bedrijfsongeval op 9 juli 1948 op het terrein van de papierfabriek belandt Aat in het ziekenhuis. Aan de gevolgen hiervan is hij op 31 juli overleden:

“De 41-jarige arbeider A.J.M. Kater, wonende te Beverwijk, die Vrijdag 9 Juli op het terrein van de papierfabriek Van Gelder Zonen bij het opduwen van een met hout geladen trein karren een ernstige breuk van het linkerbovenbeen heeft opgelopen, is Zaterdagmorgen in het Rode Kruis Ziekenhuis aan de gevolgen overleden. De man was gehuwd en vader van een kind.”

Ook van de uitvaart werd in de IJmuider Courant verslag gedaan:

“Op de begraafplaats “Duinrust” te Beverwijk heeft onder grote belangstelling de teraardebestelling plaats gehad van de heer A.J.M. Kater, aan wie op 9 Juli op het terrein van de Papierfabriek Van Gelder Zonen een ernstig arbeidsongeval is overkomen ten gevolge waarvan hij j.l. Zaterdag is overleden.
Aan de geopende groeve spraken ir. A.J. Allan, lid van de plaatselijke directie en de heer J. Zuidersma, welke laatste de gevoelens in de rijen van de C.P.N. “De Waarheid” vertolkte, van welke organisatie de overledene jarenlang lid was.
De heer Withaar dankte namens de familie voor de grote belangstelling bij en na het verscheiden. Een schat van bloemen dekte de groeve.”

In een overlijdensbericht in De Waarheid van 2 augustus 1948 betuigt de CPN-afdeling Beverwijk haar deelneming met het overlijden van Aat Kater. “Hij was Spanjestrijder en verbleef twee jaar in Dachau.”

Bronnen:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *