Juli 1944. Poging tot bevrijding van Jan Postma

Eind juli 1944 werd Jan Postma, één van de illegale leiders van de CPN, door een Duits vuurpeloton omgebracht. In de maanden voor zijn dood troffen Jan Brasser en Jan Bonekamp alle nodige voorbereidingen om Postma uit gevangenschap te bevrijden. Postma lag op de Duitse afdeling van de gevangenis Weteringschans in Amsterdam en zou naar het Wilhelmina Gasthuis worden overgebracht. Gekleed in een verplegersuniform zouden Bonekamp en Brasser met een ‘georganiseerde’ ziekenwagen Postma tijdens het vervoer doen ontsnappen. Alles was geregeld. Maar de gevangenisarts trok zich terug, en Postma werd overgeplaatst naar kamp Vught. De bevrijdingspoging ging niet door. Enige tijd later viel Jan Postma voor het vuurpeloton.

In zijn afscheidsbrief schreef hij:

“Dit is mijn laatste brief. Straks wordt het vonnis voltrokken. Daar ik het sedert mijn arrestatie verwachtte ben ik vrij kalm. Het is wel hard in volle gezondheid, vol levens – en werklust uit het leven bij je lieve vrouw en kind te worden weggerukt. Maar lieve Nel, het is oorlogstijd en er vallen vele duizenden. Het is een schrale troost, maar het werkt toch verzachtend te weten één van velen te zijn. (…) Wat ik de laatste maanden heb beleefd en doordacht heeft me nog meer overtuigd van de noodzakelijkheid te strijden voor een betere samenleving. De eerste wereldoorlog heeft de vernieuwing van de maatschappij belangrijk voorwaarts gebracht en ongetwijfeld zal dit nu weer het geval zijn. De komende vrede zal nog geen duurzame zijn, maar de mogelijkheden om tegen de oorlog en voor de vrede te strijden zullen veel groter zijn en hopelijk zal de volgende generatie voor een herhaling van de huidige verschrikkingen gespaard worden. (…) Als ik hieraan ook maar iets heb bijgedragen was het leven en werken niet te vergeefs en het pogen alleen is reeds waard er voor te leven en te sterven.”