Brief van Hannie Schaft aan Philine Polak, 4 september 1944

Brief van Hannie Schaft aan haar ondergedoken, Joodse studievriendin Philine Polak in Amsterdam. Hannie schreef de brief op 4 september 1944, enkele maanden na de dood van haar medestrijder Jan Bonekamp op 21 juni 1944. De brief is in zijn volledigheid gepubliceerd in de biografie over Hannie Schaft van Ton Kors. Een gedeelte van de brief is gefotografeerd en gearchiveerd bij het Noord-Hollands Archief. De originele brief is zoek geraakt.

Gedeelte van een Brief geschreven door Hannie Schaft aan haar vriendin Philine Polak in Amsterdam, door: Boer, Cees de (1918-1985), Noord-Hollands Archief / Collectie Fotoburo de Boer, NL-HlmNHA_5400464403

Lieve Philina,
Aangezien mijn pen nog steeds lekt, schrijf ik maar met potlood. Ik heb nl. net mijn handen gewassen. Dat je zo lang niets van me gehoord hebt, is niet mijn schuld: de vorige brief (van 2 weken geleden) moest op een gegeven moment verscheurd worden. Ik vind het erg fijn, dat je het zo goed maakt. Het had ook anders kunnen zijn, en héél anders! I am in the very best of health. Sinds een paar weken ben ik weer in functie, net op tijd, want anders was ik gek geworden. Mijn geestestoestand is nog steeds allerbedroevendst: ik kan geen boek lezen, noch roman, noch studieboek. In mijn vrije tijd brei ik (sic!) een kous!! Komt de situatie je niet bekend voor? Ik ben aanzienlijk minder hard dan ik gedacht had: de kennismaking met de dood is niet meegevallen. En in dit geval was ze wel bijzonder direct. De werkloosheid daarna heeft me ook niet bepaald gekalmeerd. En nu is het te laat. Ik zal nog pogingen doen om de brokstukken van mijn oude ik te redden. Maar dat gaat waarschijnlijk niet meer. De mensen zijn in zo’n feeststemming. Ik zit er bij als een glimlachende Boedha en men verwacht van mij, dat ik óók in feeststemming ben. Het liefst zou ik vloeken. Helaas kan ik dat alleen bij jou en nog een paar mensen. Als straks de oorlog afgelopen is, en jij zit in een hoekje te huilen, kom ik bij jou deze bezigheid ook verrichten. Lieve kind, ik zou graag bij je komen, maar je begrijpt, dat ik op het ogenblik niet weg kan. Het zal dus wel ‘na de oorlog’ worden. Wanneer dat zal zijn? Misschien op mijn verjaardag. Nu word ik melodramatisch: mocht ik je helemaal niet meer zien, dan geef ik je hier enige richtlijnen voor de toekomst a. solidariteit b. voortzetting van ons aller werk. Wij zijn nu eenmaal een twee-eenheid, en intellect is hard nodig voor de zaak, en onze maatschappelijke ombouw (of afbraak opbouw) c. Denk niets lafs van mijn vriend, hij heeft zich prachtig gedragen. Het was te wensen, dat er meer van zulke mensen waren en overbleven. Hij was één van de fijnste kerels, die ik ooit heb ontmoet. Onthou dit, het is heel belangrijk. Philine, tot spoedig ziens.
Hartelijke groeten, Jo.
P.S. Ik vang bijna dagelijks vlooien!