Paul de Groot (1899-1986)

Paul de Groot

Paul de Groot werd in 1899 geboren in een Amsterdams diamantwerkersgezin. Op jonge leeftijd verhuisde het gezin naar Antwerpen, waar zijn vader werk vond in de diamantindustrie. Paul volgde in zijn vaders voetsporen.

In België was Paul een van de oprichters van de communistische partij. Hij was actief in de vakbeweging en een leider in de Antwerpse havenstaking tegen de wapentransporten tegen de jonge Sovjetrevolutie. Omwille van zijn politieke werk werd hij als ongewenst vreemdeling het land uit gezet en verhuisde naar Frankrijk, waar hij zijn politieke werk voortzette.

Eind jaren twintig keerde Paul terug naar Nederland, waar hij zich aansloot bij de Communistische Partij Holland (CPH). Paul de Groot was een uitgesproken vakbondsman en voorstander van de eenheid van arbeiders in één vakorganisatie, ongeacht politieke of levensbeschouwelijke richting.

De dertiger jaren

In 1930 werd Paul de Groot verkozen in het partijbestuur van de CPH. Bijna een halve eeuw lang zou hij deel uit blijven maken van de leiding van de communistische partij in Nederland. In de CPH droeg hij verantwoording voor het vakbondswerk. Tijdens de IJmuider haven- en visserijstaking van 1933 verbleef Paul als correspondent voor het partijdagblad De Tribune in IJmuiden. In zijn memoires, De dertiger jaren, blikte hij daar op terug:

“Het gehele jaar 1933 door wisselden de acties tegen loonsverlaging en steunverlaging elkaar af. Naast de reeds vermelde stucadoorsstaking was één der belangrijkste de vissersstaking in IJmuiden, waar de christelijke vakbond vrij sterk was.
Het was een uiterst taaie strijd, die door een actie-comité van voornamelijk christelijke vissers geleid werd, waarmee de R.V.O. voor het eerst verbinding kreeg.
Ook hier was ik vrijwel dag en nacht onder de stakers aanwezig om hen met raad en daad bij te staan. Een anecdotische herinnering hieraan is mij bijgebleven. Toen de staking met een, gezien de omstandigheden, betrekkelijk resultaat geëindigd was en de vissers op hun trawlers voor het eerst weer uitgevaren waren, werd er op een dag bij mij aangebeld. Het was een delegatie van vissers, die mij een mandje schelvis zó uit zee, per fiets uit IJmuiden was komen brengen.
Eigenaardig hoe in de lavastroom van zoveel gebeurtenissen zulke kleine zaken in iemands hoofd zijn blijven hangen. Ik proef de smaak van die schelvis nog! Zoiets krijg je als stedeling zelden te eten!”

Tot 1943

Na de Duitse inval in Nederland schakelde de CPN om naar de illegaliteit. Paul de Groot was instrumenteel in de omschakeling naar de nieuwe situatie. Samen met Jan Dieters en Lou Jansen vormde hij het driemanschap dat leiding gaf aan de illegale partij. Paul was hoofdredacteur van de illegale krant De Waarheid, die vanaf november 1940 verscheen.

Paul schreef veel van de richtinggevende artikelen voor De Waarheid en instructies voor de partij. Ook het beroemde pamflet “Staakt! Staakt! Staak!”, de oproep voor de Februaristaking 1941, was van zijn hand. In het artikel “Waarom wij patriotten zijn”, van 15 augustus 1942, zette hij de houding van de arbeidersklasse tegen de oorlog, het fascisme en de bezetting uiteen:

“De arbeiders-patriotten zijn de meest consequente en geestdriftige nationale strijders, omdat de bevrijdingsstrijd tegen Hitler-Duitsland geheel in de lijn van hun eigen strijd ligt.
Voor hen is deze oorlog niet eenvoudig een herhaling van de vorige wereldoorlog.
Het is een volksoorlog, van het vooruitstrevende deel der mensheid tegen de zwarte reactie, tegen het Duitse, fascistische imperialisme, het bloeddorstigste, dierlijkste en roofachtigste van alle imperialismen.
Het is een oorlog, waarin de Sowjet-Unie, het land van het socialisme, de hoofdrol speelt. Zij zien deze oorlog als een episode in de grote economische, sociale en politieke omwenteling, die zich bezig is te voltrekken, in de gehele wereld.
De strijd voor de nationale onafhankelijkheid van Nederland is daarvan een bestanddeel.”

In oktober 1942 wist Paul ternauwernood aan arrestatie te ontkomen. Zijn vrouw Sally en dochter Rosa vielen in handen van de bezetter en werden op transport gesteld naar Auschwitz en bij aankomst vermoord. Zijn dochter Rosa was vernoemd naar Rosa Luxemburg, de oprichtster van de Communistische Partij van Duitsland. In een brochure over het leven van Rosa Luxemburg schreef Paul de Groot in 1971:

“Niet tevergeefs is de heldenstrijd van Rosa Luxemburg geweest. Zij heeft de arbeidersbeweging gediend met heel haar hart, met heel haar verstand, met al haar krachten. Hier is niet haar schuld geweest dat de kanker van het revisionisme in die arbeidersbeweging nog niet geheel overwonnen is en telkens weer verwoestingen aanricht. De vruchten van haar werk zullen niet verloren gaan.
Het is een oud gezegde: gods molens malen langzaam, maar zij malen zeer fijn!
Wie het voorrecht heeft gehad tijgenoot van Rosa Luxemburg te zijn geweest, haar geschriften heet van de naald in zich te hebben opgenomen, zich haar met haar optreden te hebben gesolidariseerd toen dit nog zeer riskant was, zal dit nimmer vergeten.
Marxisten uit die tijd gaven, Rosa Luxemburg ter ere, hun dochter de naam Rosa, als wens dat zij even karaktervol, even onzelfzuchtig, even strijdvaardig als zij mocht leven. En even dapper als zij, als het moest, bereid zijn liever te sterven dan zich over te geven.”

Rosa en Sally de Groot

Na 1943

Als gevolg van het verraad van de Beverwijker Piet Vosveld werden in 1943 veel communisten opgepakt. Paul de Groot wist opnieuw aan arrestatie te ontkomen. Hij dook onder in Deventer en droeg de partijleiding over aan anderen. Zelf bleef hij nog maar beperkt betrokken bij het illegale werk. Op zijn onderduikadres leerde hij zijn tweede echtgenote kennen, de weduwe Eke Zegeling-de Jong. In het artikel “Het morele houvast uit 1976 blikte hij terug op de offers die waren gebracht tijdens de oorlogsjaren:

“Bij communisten, marxisten-leninisten, wortelt het morele houvast in de kennis van de reële maatschappijontwikkeling, in de wereldbeschouwing van het dialectisch materialisme. Maar ook in de solidariteit met de lotgenoten, de werkende mensen, in het streven dat elk beschaafd mens eigen is om de wereld een beetje beter te maken dan hij haar bij zijn geboorte heeft aangetroffen.
Het is moeilijk te omschrijven, maar het hart, de hartstocht om nuttig te leven, paart zich aan de nuchtere politieke logica.
Die houvast stelt een bewuste communist in staat vol te houden onder de moeilijkste omstandigheden en, zo dat onvermijdelijk zou zijn, een voortijdige dood onder ogen te zien.”

Na de oorlog

Op de Juli-conferentie van 1945 werd besloten tot de heroprichting van de CPN (De Waarheid) en werd Paul de Groots positie in de leiding opnieuw bevestigd. Hij was één van de weinige overlevende partijbestuurders van voor de oorlog. Tijdens de bezetting verloor de CPN tweederde van het kader. Daartegenover stond een enorme aanwas van nieuwe, jonge krachten. Paul de Groot was jarenlang lid van de Tweede Kamer en hoofdredacteur van het dagblad De Waarheid.

Paul de Groot werd bewonderd en verguisd. Hoewel de CPN onder zijn leiding niet wars was van politieke dwalingen, kan hij met klem worden gerekend tot de ‘antirevisionisten’ in de communistische beweging. Hij hekelde het eurocommunisme van andere Europese communistische partijen en het revisionisme in de Sovjet-Unie sinds Chroesjtsjov.

Na het verschijnen van de roman Het meisje met het rode haar van Theun de Vries over Hannie Schaft, schreef de schrijver in het exemplaar dat hij aan Paul de Groot overhandigde: “Voor Paul de Groot, vertegenwoordiger van de “wakenden en onzichtbaren” in deze roman”.

In 1977 kwam Paul de Groot op vraagstukken van beginselen in conflict met de leiding van de CPN. Een poging van zijn kant om een partijstrijd te organiseren werd verhinderd. Daarop trok hij zich in 1978 gedisciplineerd terug uit het politieke leven. Hij overleed in 1986.

Terugblikkend kan worden gesteld dat Paul de Groot de meest vooraanstaande Nederlandse communist was van de twintigste eeuw.

Bronnen:

  • Paul de Groot, De dertiger jaren, uitgeverij Pegasus
  • Beproefd in de strijd. Een levensbeschrijving van Paul de Groot, uitgave CPN 1959
  • Igor Cornelissen, Paul de Groot staatsvijand no. 1
  • Jan Willem Stutje, De man die de weg wees. Leven en werk van Paul de Groot 1899-1986

Saul (Paul) de Groot
Geboren: Amsterdam, 19 juli 1899.
Overleden: Bussum, 3 augustus 1986.

Met dank aan de familie Zegeling/De Groot.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *