Jan Zeeuw (1911–1944)

Foto van Jan Zeeuw in het Dodenboek van het Oranjehotel

Jan Zeeuw werkte bij papierfabriek Van Gelder in Velsen-Noord. In de illegale CPN-groep was hij verantwoordelijk voor de verspreiding van illegale lectuur op de papierfabriek. Ook maakte hij vanaf de oprichting in het voorjaar 1941 deel uit van de lokale ‘MIL-groep’, de sabotagegroep van de CPN. Hij was niet als enige in de familie actief voor de CPN: de vrouw van zijn broer Willem, Pietertje Zeeuw-van Buuren, stond in 1935 en 1946 op de kieslijst voor de CPN voor de gemeenteraad.

Tijdens de Februaristaking, op 25 en 26 februari 1941, riep Jan zijn collega’s bij de papierfabriek op tot staken. Omdat de papierfabriek op de eerste stakingsdag niet had gestaakt, ging Jan op de ochtend van de tweede stakingsdag samen met Daan Stapper en Jan van der Steeg naar de papierfabriek. In de loop van de ochtend lag ook daar het werk stil.

Met brandplaatjes staken Jan Zeeuw, Daan Stapper en Maarten Brüning ook een lading hooi in de brand op een rangeerterrein in IJmuiden. Het hooi was bestemd voor paarden van de Wehrmacht. Ook staken ze voor transport naar het oostfront gereedstaande goederen in brand op het rangeerterrein de Halve Maan in Beverwijk.

Met Daan Stapper en Jan Brasser deed hij ook tweemaal een poging tot brandstichting op een opslagplaats van de Wehrmacht in Beverwijk. Jan Zeeuw stond op de uitkijk. Bij de eerste poging vloog de overall van Daan in brand. Een paar weken later herhaalde zij de actie, maar met beperkt succes.

Na de overwinning van het Rode Leger in Stalingrad in februari 1943 komt Daan met het idee om een leus te schilderen op de muur van school ‘G’ in Velsen-Noord. Jan Zeeuw staat, met een pistool op zak, op de uitkijk. Terwijl Maarten en Daan de leus schilderen: ‘1918 Met het Rode Leger naar de overwinning 1943’.

Op 3 juni 1943 werd Jan als gevolg van het verraad van Vosveld gepakt. Toen hij ’s avonds vanuit zijn onderduikadres zijn vrouw en kind wilde bezoeken, werd hij in zijn woning in Driehuis door de SD gearresteerd.

Jan zat eerst drie maanden gevangen in het SD-hoofdkwartier aan de Euterpestraat en de gevangenis Weteringschans, vervolgens drie maanden in kamp Vught (blok 13), daarna twee maanden in de Utrechtse ‘Deutsche Untersuchungs- und Strafgefängnis‘ (cel 86), en tot slot het ‘Oranjehotel’ (cel 606) in Scheveningen.

In februari 1944 stond Jan in Den Haag terecht en werd “als saboteur ter dood veroordeeld. Hij heeft illegale ophitsende communistische geschriften verspreid en deelgenomen aan verscheidene daden van sabotage tegen inrichtingen van de Duitsche Weermacht. Het vonnis is voltrokken.”

Twee weken na zijn terdoodveroordeling diende zijn vrouw Emma een gratieverzoek in bij Seyss-Inquart. Een maand later diende ook zijn advocaat mr. Van Ravenswaay een verzoek in.

Jan Zeeuw werd op 20 mei 1944, samen met zijn kameraden Johan Hissink, Johannes Hoogendoorn en Jan van der Zwaag, op de Waalsdorpervlakte gefusilleerd.

‘Herbegrafenis van vier illegalen’

De gezamenlijke uitvaart van de vier vond plaats op zaterdag 2 maart 1946. “Plechtig ruischt orgelmuziek door de grote aula van het crematorium op Westerveld.”

De organist speelde ‘Ases Tod’ uit de Peer Gynt-suite. De stoffelijke resten van de vier mannen lagen op het platform opgebaard omringd door rode rozen en witte seringen. “De aula loopt vol; familie, kameraden, ook enkelen die met de dooden hebben gestreden, vele honderden waren het om den trouwen vaderlanders een laatsten groet te brengen. Een doodsche stilte treedt in. Dan klinkt van de galerij het wondermooie Beati Mortui van Besozi, gezongen door den bariton Lucien Louman, ‘Zalig zijn de dooden…’”

De eerste spreker was de predikant Bronsgeest uit Velsen. Hij herinnerde op deze sneeuw getooide zaterdagmiddag aan die andere zaterdagmiddag, toen hij het nieuws moest overbrengen dat Jan Zeeuw was vermoord. Vervolgens herinnerde hij aan de brief waarin Zeeuw afscheid nam van vrouw, moeder en kinderen, en waaruit bleek dat hij heeft geleerd, “dat allen die het hoofd wisten te buigen, de moed hebben het hoofd omhoog te houden.”

Namens de CPN sprak Martin Grégoire. Hij memoreerde de trouwe kameraadschap van de vier slachtoffers. “Hij, die jullie verraden heeft, heeft nog steeds zijn gerechte straf niet ondergaan. De illegaliteit vraagt er om, dat jullie dood gewroken wordt.”

De organist speelde daarna ‘Aan de strijders’. Lucien Louman zong Litanei van Schubert, waarop de plechtigheid met de Internationale, op het orgel gespeeld, gesloten werd. “Hierna werden de kisten aan den schoot der aarde toevertrouwd.”

Er waren kransen van de CPN-afdeling Kennemerland, van de landelijke leiding van de CPN, van directie en personeel van de papierfabriek, van de Walserij-Oost, van de EVC-afdeling IJmuiden…

Erebegraafplaats

Aanvankelijk was bijzetting van de vier op de erebegraafplaats niet mogelijk vanwege ruimtegebrek. Op steunlijsten werd daarom eind 1947 geld opgehaald om op Westerveld een monument op te richten. Er werd 451,70 gulden bijeengebracht. Maar door de uitbreiding van de erebegraafplaats was er alsnog ruimte ontstaan voor bijzetting. Hierdoor was het monument op Westerveld overbodig geworden. Het geld werd voor de erebegraafplaats bestemd. 

Op 27 november 1947 werden de vier op verzoek van de families in hetzelfde vak op de erebegraafplaats Bloemendaal herbegraven. Op de grafsteen van Jan Zeeuw staat: ‘Het hoogste goed gegeven opdat de vrijheid weer kon leven.’

De in 1949 opgeleverde Zeeuwstraat in Velsen-Noord draagt zijn naam. Ook staat zijn naam vermeld op het oorlogsmonument van de papierfabriek.

Grafsteen op de erebegraafplaats Bloemendaal.
De Zeeuwstraat in Velsen-Noord.

Bronnen:

Jan Zeeuw
Geboren: Velsen, 2 december 1911.
Overleden: Waalsdorpervlakte, 20 mei 1944.
Getrouwd met Emma Zeeuw-Otte.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *