De communisten en het antifascisme

Al voor de oorlog streden de communisten tegen het fascisme. In IJmuiden, waar de spitsroede van de klassenstrijd werd gelopen tijdens de grote haven- en visserijstakingen van de dertiger jaren, stond de fascistische NSB aan de zijde van de reders. De communisten ijverden voor de ‘eenheid van actie’ onder de verzuilde (rooms-katholieke, protestantse en sociaaldemocratische) IJmuidense vissers en havenarbeiders.

In die tijd deed het communistische dagblad De Tribune op de voet verslag van de IJmuider haven- en visserijstakingen. Hoofdredacteur Paul de Groot trad zelf op als correspondent in IJmuiden. In zijn na de oorlog verschenen memoires over de dertiger jaren tekende hij op:

“Het gehele jaar 1933 door wisselden de acties tegen loonsverlaging en steunverlaging elkaar af. Naast de reeds vermelde stucadoorsstaking was één der belangrijkste de vissersstaking in IJmuiden, waar de christelijke vakvond vrij sterk was.

Het was een uiterst taaie strijd, die door een actie-comité van voornamelijk christelijke vissers geleid werd, waarmee de R.V.O. voor het eerst verbinding kreeg.

Ook hier was ik vrijwel dag en nacht onder de stakers aanwezig om hen met raad en daad bij te staan. Een anecdotische herinnering hieraan is mij bijgebleven. Toen de staking met een, gezien de omstandigheden, betrekkelijk resultaat geëindigd was en de vissers op hun trawlers voor het eerst weer uitgevaren waren, werd er op een dag bij mij aangebeld. Het was een delegatie van vissers, die mij een mandje schelvis zó uit zee, per fiets uit IJmuiden was komen brengen.

Eigenaardig hoe in de lavastroom van zoveel gebeurtenissen zulke kleine zaken in iemands hoofd zijn blijven hangen. Ik proef de smaak van die schelvis nog! Zoiets krijg je als stedeling zelden te eten!”

Georgi Dimitrof

Grote indruk in die dertiger jaren maakte de strijd van de Bulgaarse communist Georgi Dimitrof, toen hij in 1933 in Duitsland terechtstond voor de brand op de Duitse Rijksdag. De Nederlandse communist Marinus van der Lubbe werd voor het gerecht gedaagd als de aanstichter van de brand. Als het ‘brein’ van een ‘internationaal, joods-bolsjewistisch’ complot stond Dimitrof voor de Nazi-rechters en keerde het proces om in een aanklacht tegen het Duitse fascisme. Ze moesten zijn vrijlating eerbiedigen

Op het Zevende Wereldcongres van de Communistische Internationale, in 1935, sprak Dimitrof uit de ervaringen van zijn strijd:

“De imperialistische kringen proberen de gehele last van de krisis op de schouders van de werkers af te wentelen. Daartoe hebben zij het fascisme nodig.

Zij doen hun best, het probleem van de markten, door de verslaving van de zwakke volkeren, door het verzwaren van de onderdrukking en door een nieuwe verdeling van de wereld door middel van de oorlog, op te lossen. Daartoe hebben zij het fascisme nodig.

Zij streven er naar, het aanwassen van de krachten der revolutie te voorkomen door het neerslaan van de revolutionaire beweging der arbeiders, der boeren, en door een militaire aanval op de Sowjet-Unie – het bolwerk van het wereldproletariaat. Daartoe hebben zij het fascisme nodig.

In een reeks van landen, vooral in Duitsland, is het aan deze imperialistische kringen gelukt, voor de beslissende zwenking van de massa naar de revolutie, het proletariaat een nederlaag toe te brengen en de fascistische diktatuur in te stellen.

Kenmerkend voor de overwinning van het fascisme is echter juist de omstandigheid, dat deze overwinning enerzijds getuigt van de zwakheid van het proletariaat, dat door de sociaal-democratische scheuringspolitiek der klassesamenwerking met de bourgeoisie werd gedesorganiseerd en verlamd, – terwijl zij anderzijds uitdrukking is van de zwakheid der bourgeoisie zelf, die bevreesd is voor de revolutie en niet meer in staat is om haar diktatuur over de massa met de oude methodes van de burgerlijke demokratie en het parlementarisme te handhaven.”

Dimitrof karakteriseerde het fascisme als:

“de meest openlijke terroristische dicatuur van de meest reactionaire, meest chauvinistische, meest imperialistische elementen van het financierskapitaal.”

Het partijcongres van 1935

De jaren voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog werd de activiteit van de CPN, naast de strijd tegen de gevolgen van de kapitalistische crisis, beheerst door het optreden tegen het fascisme. De CPN voerde een opklaringscampagne onder de bevolking, die door de regering en ondernemers op grove wijze misleid werden omtrent het wezen van het fascisme en de dreigende oorlog.

Op het partijcongres van 1935 verklaarde de communisten:

“De vestiging van de nationaal-socialistische dictatuur in Duitsland en andere landen, de dreigende groei van de fascistische beweging in Nederland, hebben een ingrijpende wijziging in de politieke verhoudingen teweeggebracht. In ons land is het de dringendste en voornaamste taak van de arbeidersklasse en haar voorhoede de Communistische Partij geworden om met alle middelen en tot iedere prijs de overwinning van het fascisme te voorkomen, de groei van het fascisme tot staan te brengen en het de nederlaag toe te brengen.

Het fascisme is de gevaarlijkste vijand van het gehele werkende volk…

De CPH verklaart zich voor het behoud van de Nederlandse onafhankelijkheid. Onze strijd tegen het fascisme is gelijktijdig een strijd voor deze onafhankelijkheid, evenals onze actie tegen het drijven van de Nazi-agenten en tegen het werk van spionnen van het Derde Rijk in Nederland.

De Nederlandse bourgeoisie laat haar politiek bepalen door haar zucht tot behoud van haar koloniën, waardoor zij gebonden is aan de politiek van de grote mogendheden.

Bij een mogelijke poging tot overweldiging van Nederland door Nazi-Duitsland kan de oorlog het karakter aannemen van een nationale bevrijdingsoorlog. De taak van de CPH zou in een dergelijk geval daarin bestaan, dat zij terwijl zij de onverzoenlijke strijd voert voor de beveiliging van de economische en politieke posities der arbeiders, werkende boeren en middenstand, gelijktijdig de arbeidersklasse oproept de bevrijdingsoorlog te voeren en niet toe te laten, dat de Nederlandse bourgeoisie het met de aanvallende mogendheid op een accoord gooit.”

Het partijcongres van 1938

Op het partijcongres van 1938 spraken de Nederlandse communisten nogmaals ondubbelzinnig hun houding uit tegen het Duitse fascisme, de oorlogsdreiging en een eventuele Duitse inval:

“Er kan geen twijfel aan bestaan, wat de houding van onze partij moet zijn tegenover de bedreiging van de Nederlandse onafhankelijkheid door Nazi-Duitsland. Wij zijn voor de verdediging van de Nederlandse onafhankelijkheid zonder voorbehoud en tot elke prijs, tegen de fascistische aanval uit het buitenland en tegen zijn medeplichtigen, het fascisme en de reactie in eigen land!

Wij zijn voor de verdediging van de Nederlandse onafhankelijkheid en tegen elke voetbreed tegemoetkoming aan de fascistische vijand, omdat wij daardoor gelijktijdig de vrede verdedigen.

De vrede kan behouden blijven, maar zij kan alleen behouden blijven indien de vredelievende staten, en daarbij ook Nederland, samenwerken om den fascistischen aanvaller in toom te houden met alle daartoe dienstige middelen.

Wij zijn voor de verdediging van de Nederlandse onafhankelijkheid, omdat de verkregen rechten en burgerlijke vrijheden, omdat de organisaties en de gewetensvrijheid van de Nederlandse werkers tegen vreemde fascistische knechtschap verdedigd moeten worden.

Wij zijn voor de verdediging van de Nederlandse onafhankelijkheid, omdat de levensvoorwaarden van de Nederlandse arbeiders tegen het hongerregime moeten verdedigd worden, dat onder het fascisme in Duitsland heerst.

Wij zijn voor de verdediging van de Nederlandse onafhankelijkheid, omdat de Nederlandse taal en cultuur, wetenschap en kunst tegen nationale onderdrukking moeten verdedigd worden, waarmee zij door het Duitse Nazi-rijk worden bedreigd…”

De illegale CPN

Met de Duitse inval in mei 1940 begon voor de Nederlandse communisten een nieuwe etappe van strijd tegen het fascisme. Tijdens een bijeenkomst partijbestuur in de begindagen van de bezetting, in het partijgebouw Parlando aan het Frederiksplein in Amsterdam, werd de partij naar de nieuwe omstandigheden omgeschakeld. De CPN was de enige partij die haar werk ondergronds voortzette.

In een na de oorlog verschenen brochure over de geschiedenis van De Waarheid wordt hierover geschreven:

“Er was voor de communisten slechts één antwoord op de fascistische uitdaging mogelijk: met hun organisaties ondergronds gaan en de strijd voortzetten. Dat was het besluit van de historische zitting van het partijbestuur, in Juni 1940 te Amsterdam in het geheim gehouden. Een driemanschap: Paul de Groot, Lou Jansen, Jan Dieters, werd belast met de dagelijkse leiding van de illegale partij.

De partijleiding begreep, dat het eerste werk moest zijn het uitgeven van een vrije, niet-gemuilkorfde, politieke arbeiderskrant, waaromheen zich het verzet tegen de Nazi-onderdrukking zou kunnen verzamelen. Tegenover de stroom van leugens, die de overweldigers over ons land uitstortten, zou de naam van de krant “De Waarheid” zijn!”

De gifbeker van het antisemitisme

De communistische partij wees de Nederlanders op het bijzonder gevaarlijke gif van het antisemitisme. Ten tijde van de Februaristaking uitgegeven politiek brief van de partij, met de titel Over de nationale en joodse vraagstukken onder de huidige omstandigheden, karakteriseerde de CPN het antisemitisme als volgt:

“Samenvattend moet in het oog worden gehouden, dat het anti-semitisme een bijzonder gevaarlijk vergif is, dat niet onderschat mag worden en ook in Nederland kansen heeft zijn schadelijke uitwerking te verrichten. Het anti-semitisme knoopt aan bij de laagste instincten van afgunst en broodnijd, van dierlijkheid en wreedheid, zowel bij het rechtvaardigheids- en zelfs klassegevoel der arbeiders en hun haat tegen het kapitalisme. De nazi’s verwachten niet zonder reden dat dit vergif in grote dosis en bij herhaling toegediend, tenslotte ook in Nederland verwoestingen zal aanrichten en in de in politiek opzicht achtergebleven bevolkingslagen in het bijzonder op het platteland, in de ambtenarenwereld en zelfs onder de verpauperde arbeiders wortel zal kunnen schieten. Daartegen baten geen christelijke tradities en humanitaire gevoelens, daartegen helpt alleen de harde en onverzoenlijke anti-fascistische strijd, waarbij de arbeidersklasse de toon aangeeft.”

De arbeiders-patriotten

De CPN erkende de leidende rol van de arbeidersklasse, om als enige de strijd tegen het fascisme en de Duitse bezetting tot het einde toe door te voeren. De Nederlandse bourgeoisie was bereidt, op zijn minst ten dele, zich te verzoenen met de Duitse bezetter en het Duitse kapitaal. Op 15 augustus 1942 schreef Paul de Groot in De Waarheid over de rol van de arbeidersklasse in de nationale bevrijdingsstrijd. Waarom wij patriotten zijn:

“De arbeiders-patriotten zijn de meest consequente en geestdriftige nationale strijders, omdat de bevrijdingsstrijd tegen Hitler-Duitsland geheel in de lijn van hun eigen strijd ligt. Voor hen is deze oorlog niet eenvoudig een herhaling van de vorige wereldoorlog.

Het is een volks-oorlog, van het vooruitstrevende deel der mensheid tegen de zwarte reactie, tegen het Duitse, fascistische imperialisme, het bloeddorstigste, dierlijkste en roofachtigste van alle imperialismen.

Het is een oorlog, waarin de Sowjet-Unie, het land van het socialisme, de hoofdrol speelt. Zij zien deze oorlog als een episode in de grote economische, sociale en politieke omwenteling, die zich bezig is te voltrekken, in de gehele wereld.

De strijd voor de nationale onafhankelijkheid van Nederland is daarvan een bestanddeel. De bevrijding van Nederland is een deel van de strijd tot vernietiging van het Duitse fascisme en een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling in vooruitstrevende richting van het werkende volk van Nederland.”