IJmuiden, 4 mei 2018: Нам нужна одна победа (Nog één overwinning)

Tijdens de Bonekampherdenking op 4 mei in IJmuiden zong Dasha Derzhavets een Russische lied over de oorlog, Нам нужна одна победа (Nog één overwinning). Zij werd daarbij begeleid door Daan van Putten. “Wij vonden dit lied heel toepasselijk,” zo lichtte Conny Braam toe, “omdat de strijd van het Rode Leger voor Jan Bonekamp en zijn medestrijders, zoals Jan Brasser, Daan Stapper, Simon Warmenhoven – maar ook voor Freddie Dekker-Oversteegen en voor Hugo van Langen – een enorme inspiratiebron vormde. Iedere gewonnen slag gaf weer hoop.

Otto Kraan/Jan Brasser, Witte Ko. Herinneringen uit het gewapend verzet

Jan zijn medestrijder, Jan Brasser, heeft er heel mooi over verteld in het boek ‘Witte Ko’. Hij vertelde onder andere hoe op 3 februari 1943 de slag bij Stalingrad door het Sovjetleger werd gewonnen. Ze beseften heel goed dat dit een ommekeer, een grote omkeer was in de oorlog. Nu zou de geest van verzet toenemen in alle bezette gebieden. Dat was de verwachting. En ze wilden dat zo graag tot uitdrukking brengen. Ze hebben daarvoor een vergadering belegd van hoe ze dat nou het beste kunnen aanpakken en daar werd besloten dat dat het beste kon gebeuren door een vlag te hijsen. Maar welke? De Nederlandse driekleur of de Russische rode vlag? Misschien zou men de Nederlandse vlag niet zo goed begrijpen in dit geval. (…) Dus werd er gekozen voor de Russische vlag, de Sovjetvlag: rood met een hamer en een sikkel.

Tijdens de vergadering werd dan ook besloten dat Maarten Brüning, één van de mensen met wie Jan streed, zijn vrouw Nel zou vragen om deze vlag te gaan maken. Nel haalde daarvoor een laken van het bed. En een laken opofferen in die tijd was heel wat. Daar kon je behoorlijk wat eten voor krijgen. Het laken dat werd rood geverfd. En uit witte stof werd daar een hamer en een sikkel daarop vastgezet. Helaas had Nel de hamer en de sikkel verkeerd om genaaid dus moest de boel weer worden losgetornd en opnieuw.

Maarten en Nel Bruning, 1937

Uiteindelijk was het resultaat zeer geslaagd. Jan Brasser had de volgende ochtend dienst bij de hoogovens en hij had de vlag meegenomen. Om vijf uur in de ochtend probeerde Jan aan de vlaggenmast, die op dertig meter afstand van een Duitse barak lag omhoog te krijgen. Maar zoals hij zei: “De katrollen piepten afgrijselijk.” Maar uiteindelijk heeft ie het toch voor elkaar gekregen om heel langzamerhand deze vlag te hijsen en hij wapperde ook nog heel vrolijk op de wind. Pas uren later toen het licht werd ontdekten de Duitsers deze vlag en woedend riepen ze: “Das ist doch die Sovjet Fahne! Die Bolsjewistische Fahne!” En hij moest worden neergehaald. En daarvoor kreeg een lid van de Nederlandse bedrijfspolitie opdracht. Dat bleek een ex-marinier te zijn die op de Maasbruggen op Rotterdam had gevochten. En die heeft er heel, héél lang over gedaan voordat hij ‘die Fahne’ naar beneden had gekregen. Maar die vlag had zijn werk al gedaan. Dagenlang werd er over niets anders gesproken dan over de slag bij Stalingrad en deze vlag.

En vandaar het lied vol hoop en verlangen ‘Nog één overwinning’.”