Conny Braam: “Laten we zuinig zijn op deze herdenking. Er is ook ná de oorlog nog voor geknokt”

Foto: Erik Baalbergen

“Omdat het voor sommige de eerste keer is dat u hier bent, is het misschien wel aardig om even in herinnering te roepen hoe deze herdenking tot stand is gekomen. Min of meer toevallig. Sinds ik een jaar of vijf, zes was, was de naam Jan Bonekamp mij bekend. Mijn grootvader, die net als zijn vader begraafplaatsopzichter is geweest op deze Westerbegraafplaats, nam mij als klein meisje, altijd als ik op bezoek kwam, hier bij hem – hij woonde hiernaast, in dat huisje wat hiernaast staat – dan nam hij mij bij de hand en dan liepen we over de begraafplaats.

Want hij wist namelijk van iedere steen wie daar begraven lag. En daar vertelde hij dan zeer kleurrijk over. En als je mijn opa mocht geloven, bestond IJmuiden uitsluitend uit de meest opzienbarende personen, met de meest geweldige, fantastische levensverhalen. En altijd stonden we hier, op deze plek stil. En dan wees hij op het graf – dit graf –, en dan zei hij: “Maar hier ligt de allergrootste IJmuidenaar ooit: Jan Bonekamp. Hij heeft gestreden tegen het ergste kwaad dat bestaat en daar heeft hij met zijn leven voor geboet. Hij is maar 30 jaar geworden.” En mijn opa had de eer gehad om hem te helpen begraven.

U begrijpt wel dat dit een enorme indruk destijds op mij heeft gemaakt. En het heeft mijn leven voor altijd beïnvloed. Bij iedere beslissing die ik nemen moest dacht ik altijd: ‘Wat zou Jan Bonekamp gedaan hebben?’ Hij is altijd mijn leidraad en maatstaf geweest.

Heel veel later, toen ik een boek schreef over IJmuiden in de oorlog, wilde ik zijn graf weer eens bezoeken. Ik woonde toen in Amsterdam. Maar dat graf was niet meer te vinden. Tot op een dag – en ik was inmiddels al verhuisd naar het houten huisje hierachter – een paar vrijwilligers van de oudkatholieke kerk, die hier heel mooi zorg dragen voor deze begraafplaats, mij kwamen melden dat het graf van Jan Bonekamp gevonden was. Het was helemaal overgroeid, in feite vergeten, en wat verzakt.

Foto: Stefan Beck

En het zien van dat graf maakte zoveel emotie bij me los, dat ik meteen besloot, op 4 mei ga ik hier Jan Bonekamp herdenken. En dat gebeurde ook. En met mij waren er in het begin natuurlijk nog maar een handjevol mensen, die het net als ik belangrijk vonden. En zo belangrijk dat we besloten het jaar daarna opnieuw hier samen te komen. En nu bestaat dit Bonekamp-herdenkingscomité. En zijn er ieder jaar weer meer mensen die zich geïnspireerd voelen door deze verzetsstrijder.

En hij was ook niet zomaar iemand. Hij was niet alleen onverzettelijk in zijn strijd. Hij hield er ook uitgesproken politieke ideeën op na over hoe de wereld er na de oorlog uit zou moeten zien. Hij was een vakbondsman van zeer links signatuur. Een communist die zich met hart en ziel inzette voor de strijd van de arbeiders. En juist dat werd na de oorlog als bedreigend gezien. Ik vraag mij eerlijk gezegd af, of wij hier tijdens de koude oorlogsjaren zo bijeen hadden kunnen staan. In 1951 bijvoorbeeld, werd de herdenking van Bonekamps medestrijdster Hannie Schaft, de bekendste verzetsheldin die Nederland kent – en ook een communiste – die werd verboden. En toen zo’n 5.000 mensen toch naar haar graf op de Eerebegraafplaats Bloemendaal wilden gaan werd een vreedzame demonstratie door zo’n 150 politieagenten, ruim 100 marechaussee en 75 zwaarbewapende soldaten met hulp van vier pantservoertuigen uit elkaar geslagen.

Dus laten we zuinig zijn op deze herdenking. Er is ook ná de oorlog nog voor geknokt.”