IJmuiden, 4 mei 2017. Inez Stapper: “Daan, een kameraad, een held”

Het eerste verzet van Daan Stapper was het samen met zijn vrouw Sina en hun vrienden Nel en Maarten Bruning – plakken van oproepen om Koninginnedag te vieren. Het is dan augustus 1940.

Met het verspreiden van illegale kranten en pamfletten werd een steeds grotere groep mensen bewust gemaakt. Duidelijk werd dat er iets gedaan moest worden tegen de bezetter.

De groep die zich al snel actief wilde verzetten tegen de Duitse maatregelen, ontmoetten elkaar in de daartoe opgerichte bedrijfskernen. Onder meer Jan Bonekamp, Maarten Bruning en Jan Brasser maakten deel uit van de Hoogovengroep; Onder andere Jan Zeeuw deed de Papierfabriek; Jan van der Steeg en Daan Stapper hadden de Plaatwellerij als hun ‘werkgebied’.

Daarnaast werden sabotageploegen opgericht. Om de bezetter op alle mogelijke manieren proberen tegen te werken. Deelnemers maakten bijvoorbeeld goederentreinen met bestemming Duitsland onklaar. Op andere plekken, zoals in fabrieken en bevolkingsregisters, werd brand gesticht. Er waren geen wapens voorhanden. Ze waren dus aangewezen op primitieve middelen zoals brandplaatjes die overigens niet altijd even succesvol bleken.
In mei 1943 is het afgelopen voor een deel van deze verzetsgroep. Daan Stapper wordt tegelijk met een aantal van zijn mede verzetsstrijders opgehaald en overgebracht naar de gevangenis Weteringschans in Amsterdam.

Na heel veel leed, kameraadschap en moed, komt hij uiteindelijk terecht in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam. Een verpleegster in dat ziekenhuis zorgt er samen met Jan Brasser voor dat hij buiten de hekken komt. In betrekkelijke vrijheid kan hij zich dan enigszins herstellen.

Samen met zijn gezin maakt hij in mei 1945 mee dat de oorlog eindelijk voorbij is.

Zo meteen lees ik u een gedicht voor dat als titel heeft: “Daan, een kameraad, een held”.

Het gedicht is geschreven door oud verzetsstrijder Truus Menger. Zij schreef dit gedicht toen mijn vader, Daan Stapper, bij het allerlaatste stukje van zijn veelbewogen leven was aangekomen.

Nadat op een bepaald moment werd vastgesteld dat mijn vader een ernstige ziekte had, liet hij zich in eerste instantie hiervoor behandelen. Maar als snel zocht en vond hij – ook hierin weer gesteund door zijn Sina – zijn eigen weg. Dit gaf hem de ruimte terug te kijken op zijn leven, de keuzes die hij heeft gemaakt, de problemen die hij was tegengekomen, de opvattingen die hij had over recht en rechtvaardigheid.

Hij heeft het voor ons op papier gezet. In een kleine vijftig bladzijden staat het verhaal van gebeurtenissen die de grootste sporen in hun leven hebben achtergelaten. Het meest ingrijpend hierbij wel die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945.

Hij kan met recht een held genoemd worden. Welke eigenschappen iemand tot een held maken? Je weet het pas wanneer je voor zo’n keuze staat. Een ding weet ik wel: Het vraagt veel van een mens om op te komen tegen schendingen van mensenrechten. Dit is niet vanzelfsprekend. Mensen die zich durfden – en durven – verzetten tegen onrecht verdienen bewondering voor hun moed en doorzettingsvermogen. Hun persoonlijk verhaal verdient een plek in de toekomst.

Het gedicht:

Daan, een kameraad, een held.
Sterfbed.
Met mijn ogen streel ik je moede, uitgeteerde handen.
En in gedachten kus ik je bezwete wang
Mijn denken blijft op ’t woordje “toekomst” stranden
Ik ken de “waarom’s” al mijn leven lang.
En tel jouw toegemeten, zware nachten
Angst strikt als een kabel om mijn hals
En in dit schrijnend eindeloze wachten
Danst in mijn hoofd een koude dodenwals.
Mijn ongeschreide tranen om veel falen
Kleven zo bitter aan het morgenlicht
De dood komt straks je geest ophalen
En tekent stille schaduwen op je gezicht
Ik sta hier vriend, en zal het nimmer weten
Op welk moment je over ’s levens grenzen ging
Hoe groot je pijn, je ongeuite kreten
De laatste eenzaamheid van ied’re enkeling

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *