4 mei 2013, Conny Braam: ‘Hij was een echte IJmuienaar’

Het is zeer verheugend dat u allen weer bent gekomen om vandaag opnieuw de IJmuidense verzetsstrijder Jan Bonekamp te herdenken en met hem alle oorlogsslachtoffers uit het IJmuidense verzet. Een bijzonder welkom voor Freddy Dekker-Oversteegen, een van de medestrijders van Jan Bonekamp.

Ik ben opgegroeid in de wetenschap dat op deze begraafplaats een van de meest onverschrokken zonen van IJmuiden begraven ligt. Dat werd me met regelmaat verteld door mijn vader en mijn grootvader. Ze hadden beiden een levendig beeld van het bijzetten van zijn urn na de oorlog hier in dit familiegraf. ‘Hij was een echte IJmuienaar,’ zei mijn opa dan, ‘geen zee ging hem te hoog, geen actie vond ie te gevaarlijk en hij was voor de duvel en zijn ouwe moer niet bang.’

Veel later toen ik bezig was een roman te schrijven over de oorlogsjaren in IJmuiden en de persoon van Bonekamp steeds meer gestalte kreeg, ging ik op zoek naar zijn graf. Dat kon ik toen niet vinden. Nog weer later, nadat ik hiernaast was komen wonen, werd zijn graf als het ware ontdekt onder een dichte begroeiing. Dat stond bijna symbool voor de summiere aandacht die er was voor deze bijzondere man die op 30-jarige leeftijd zijn leven had gegeven in de strijd tegen fascisme en racisme.

In dat kader is het interessant wat er in een interview in de IJmuider Courant van 5 mei 1983 stond met Gerard Bonekamp, een neef van Jan, die in ‘83 een bezoek bracht aan zijn geboorteplaats IJmuiden. Na de oorlog wilde hij met zijn vrouw emigreren naar de VS. Maar hij kwam de VS niet in, om, zoals hij later begreep, de simpele reden dat hij familie was van Jan Bonekamp. Hij zei: ‘Als jongeman denk je daar op dat moment niet over na, je gaat gewoon naar een ander land, naar Canada. Maar later kwam de twijfel.’Het werd me langzaam duidelijk,’ zei hij, ‘neef Jan zat bij het linkse verzet en bij de leidende kringen in Nederland stond het communistische verzet uit de oorlog in een kwade reuk. Je gaat je dan vanzelf afvragen wat er nou eigenlijk gebeurd is in Velsen tijdens en na de oorlog, wie de echte verzetsmensen waren en waarom bepaalde zaken in de doofpot zijn gestopt?’ Het zijn vragen waar nog steeds veel mensen mee zitten.

Er bestaat een bepaald idee over hoe Jan Bonekamp is omgekomen. Hoe hij zwaargewond raakte na een aanslag op de gehate Zaanse politiecommandant Ragut en daarna in handen van de Duitsers viel. Hoe dat laatste in zijn werk is gegaan, daar bestond nooit duidelijkheid over.
Anderhalve week geleden verscheen er in het weekblad Vrij Nederland een artikel op basis van ontdekkingen die journalist Erik Schaap uit Zaandam heeft gedaan over het oorlogsverleden van de Zaanse politieman Tonny Jansen, die zich tegen het eind van de oorlog bij het verzet zou hebben aangesloten. Nauwkeurig wordt uit de doeken gedaan hoe deze politieman Jansen, die na de oorlog werd verdedigd als zijnde verzetsman, in feite verantwoordelijk was voor het uitleveren van Jan Bonekamp aan de Duitsers. Uit de nu pas boven water gekomen dokumenten blijkt zonneklaar dat deze Jansen niets heeft gedaan om de verzetsman te redden. Erger nog: hij gaf een fanatieke NSB-agent opdracht Bonekamp te bewaken om zelf zo snel mogelijk de SD te informeren. Na de oorlog verbaasden zelfs twee leden van de Sicherheitspolizei zich over de ijver van Jansen, blijkt nu uit hun verhoren. Volgens die twee was het een kleine moeite geweest voor politieman Jansen om Jan Bonekamp te laten onderduiken en hem te laten behandelen. We hebben het hier over een politieman van wie na de oorlog werd gezegd dat hij zich heel verdienstelijk had gemaakt voor het verzet. Medestrijdster Truus Menger zegt in het artikel: ‘Weet je waarom Jansen zo heeft geopereerd? Bonekamp was een communist. Daarom stak ie geen hand voor hem uit. Daarom was er na de oorlog ook geen aandacht voor deze zaak.’

Straks na afloop van deze herdenking wordt in het Witte Theater, hier vlakbij, de film ‘Het meisje met het rode haar’ vertoond. De nieuwe gegevens, ik zal er straks wat uitvoeriger op in gaan, maken deze film opnieuw erg interessant. Maar bovenal toont het aan dat er nog steeds nieuwe dokumenten kunnen opduiken die een nieuw licht werpen op wat er destijds in en direct na de oorlog is gebeurd – dat het toch nog altijd mogelijk blijft om antwoord te krijgen op vragen die neef Gerard Bonekamp zich in 83 nog stelde.

Maar voordat we naar het Witte Theater vertrekken wil ik u vragen te luisteren naar de 21-jarige Levin Zülke-Van Hulzen die zich in de afgelopen tijd heeft ingezet voor jongeren die in supermarkten werken. Het doet altijd weer goed als een jongere zich geïnspireerd voelt door onze IJmuidense Jan Bonekamp die zich niet alleen in het verzet onverzetteljk toonde, maar ook voor de oorlog al, ongeveer zo oud als Levin nu, zich inzette voor zijn mede-arbeiders bij Hoogovens.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *