Toespraak Joke Bonekamp, 4 mei 2010: “Opdat wij nooit vergeten… Jan Bonekamp”

Er is veel óver hem verteld en geschreven. Door een ieder vanuit zijn of haar eigen beleving.
Ik wil graag iets tégen hem zeggen, mijn gevoel met hem delen.

Jan Bonekamp. Verzetsstrijder. Enorm gevoel voor rechtvaardigheid. Onverschrokken. Onverzettelijk. Verbeten. Vasthoudend als een terriër. Heftige emoties.

Maar naast verzetsstrijder was hij ook zoon van mijn grootouders, broer van mijn vader, echtgenoot van Catharina, vader van Dora.

Jan Bonekamp, echtgenoot in de oorlog. Door je enorme rechtvaardigheidsgevoel, móest je strijden.
Strijden tegen deze vijand, tegen het fascisme.
Soms kan een mens niet anders. Je moet. Anders kun je niet meer met jezelf leven.

Je vrouw kon niet mee in deze strijd. Hoe moeilijk moet het ook voor haar zijn geweest.
De angst van de oorlog om zichzelf en jullie kind. Overleven, vaak zonder jou, haar man. Alleen.
Bij het binnenvallen van de politie op zoek naar jou. Alleen.
Omdat jij altijd onderweg of ondergedoken was. Hoe eenzaam moet zij zich hebben gevoeld. Ook zij heeft, samen met al die andere achtergebleven vrouwen, grote offers gebracht.

Jan Bonekamp. Oom. Oom van mijn zussen en mij.
Als klein kind was ik heel trots als ik door de Bonekampstraat naar school liep. Keek altijd even naar het straatnaambordje, en voelde, zo klein als ik was, heel goed aan dat dit wel héél bijzonder was.
En als een klasgenootje in deze straat vervelend deed, wees ik hem er vol bravoure op, dat dit onze straat was, van mijn ome Jan. En dat-ie moest ophouden, want anders ging-ie maar mooi onze straat uit.
Dit maakte uiteraard zelden indruk, waarna ik meestal zelf degene was die klappen kon krijgen.
En toch bleef ik het maar koppig doen.

Oom Jan.
Ik heb je nooit gekend. Maar je bent zó herkenbaar. Vanaf het moment dat een mens bewust kan denken voel ik mij verwant aan jou. Voel ik jou om me heen. Alsof je mijn hele leven al met me meeloopt.
Jij moest denken en handelen, in het heetst van de strijd. Handelen in die zó heftige, verraderlijke tijd. In de krankzinnigheid van de oorlog.
Ik daarentegen, heb de grote, zo kostbare rijkdom, dat ik kan denken en handelen in déze tijd. In deze Vrijheid en Vredestijd.
En ik besef, dankbaar, dat ik dat kan, dankzij jou. Dankzij jouw moed, en dat van vele, net zo moedige, medestrijders. Jullie gaven hiervoor het grootst denkbare, meest kostbare offer, je Leven.

Hoe triest en bitter dat jullie niet zelf de kostbare vruchten hebben mogen plukken van jullie immense inzet.
Hoe wrang, dat velen van jullie stierven door verraad uit eigen kring.

Het maakt me niet alleen, als dat kind van toen, tróts als ik aan je denk, maar vooral ook triest.
Triest om het verlies van een zo bijzonder mens.
– Om het feit dat je je kind niet hebt kunnen leren fietsen en haar troosten als ze viel.
– Om het verlies van de mogelijkheid om, ongetwijfeld heftige, maar mooie discussies met je te kunnen hebben.
– Om het kapot gaan van zoveel kostbare levens.

Ik vereer je niet, maar eer je wel, oom Jan. Eer en herdenk jou immer.
Met diep respect en grote dankbaarheid. Wij zullen nooit vergeten.

Joke Bonekamp
4 mei 2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *